Wat is al-i3raab?

Dit is een term die voorkomt in de boeken van nahw. Sterker nog, het is de belangrijkste term ervan. Maar wat is het?

Nou, als we een stap terugnemen en kijken naar wat nahw nou precies is, wordt het duidelijk. In essentie gaat nahw over de opbouw van de zinnen. De basis is dat een woord dat iets verteld over een ander woord.

Het woord dat iets vertelt over een ander woord noemen we de moesnad en het woord waarover iets verteld wordt door de moesnad noemen we de moesnad ilayhi. Elke zin bestaat uit een moesnad en een moesnad ilayh. Dit wordt ook wel at-tarkieboe l-isnaadie genoemd. Dus als je in de boeken van nahw leest dat spraak (kalaam) moerakkab moet zijn, dan hebben ze het over de moesnad en de moesnad ilayh.

Al-i3raab is het veranderen van het einde van de woorden afhankelijk van de grammaticale status van het woord. Er zijn in totaal maar vier grammaticale statussen: raf3, nasb, djarr en djazm. De vraag is: hoe krijgt een woord één van deze vier statussen? Door een 3aamil.

Een 3aamil is een woord (lafdhie) of begrip (ma3nawie) dat een woord een bepaalde status geeft. Als de 3aamil de status raf3 geeft aan een woord, noemen we die 3aamil een raafi3, bij nasb noemen we het een naasib, bij djarr noemen we het een djaarr en bij djazm noemen we het een djaazim.

Een woord dat een bepaalde status heeft gekregen noemen we een ma3moel. Als het de status raf3 heeft gekregen noemen het marfoe3, als het de status nasb heeft gekregen noemen we het mansoeb, als het de status djarr heeft gekregen noemen we het madjroer en als het de status djazm heeft gekregen noemen we het madjzoem.

Het einde van een woord veranderd als de grammaticale status van een woord veranderd. Alles wat hieronder valt, noemen we dus al-i3raab.

Oke, nog één ding: al-binaa. Dit is het tegenovergesteld van al-i3raab. Dit zijn woorden die geen grammaticale statussen hebben. Deze hebben altijd hetzelfde einde en woorden niet beïnvloed door de 3aamil.

Dit is best lastige stof, dus lees het vooral een paar keer door. Dit is de basis van nahw.

Laten we wat voorbeelden geven om de bovenstaande theorie toe te lichten.

Voorbeeld 1:

قَامَ مُحَمَّدٌ

“Moehammad stond”

Er is in hier sprake van at-tarkieboe l-isnaadie. Er wordt namelijk iets vertelt of toegeschreven aan Moehammad, namelijk dat hij stond. Dus het woord qaama is de moesnad en Moehammad is de moesnad ilayh.

Qaama is tevens een fi3l en de fi3l heeft een bepaalde 3amal. Het maakt in essentie degene die de fi3l uitvoert marfoe3 en degene bij wie de fi3l eventueel gedaan mansoeb. Dus qaama is in deze zin een raafi3 en Moehammad is hier marfoe3.

Voorbeeld 2:

مُحَمَّدٌ قَائِمٌ

“Moehammad staat”

Wederom is het woord Moehammad de moesnad ilayh. Het woord qaa-im vertelt namelijk iets over het woord en is dus de moesnad.

Het woord Moehammad is in deze zin marfoe3. Dan kan je je afvragen: wat is de raafi3? Er is namelijk niets wat aan te wijzen is als 3aamil. Maar we weten dat iets niet ma3moel kan zijn zonder een 3aamil.

Nou we gaven aan dat de 3aamil een woord kan zijn (3aamil lafdhie) of een begrip (3aamil ma3nawie). In dit geval is er sprake van een 3aamil ma3nawie en dat is al-ibtidaa (het feit dat je er de zin mee begint). Moehammad is vervolgens de raafi3 van qaa-im.

Nou is de vraag. Is het belangrijk om de 3aamil te kennen? Het antwoord is: soms.

Het is redelijk belangrijk dat je weet dat de fi3l een 3aamil is en specifiek wat voor 3aamil dan, omdat soms een ism de rol van de fi3l kan overnemen. Bij sommige hoofdstukken focus je op de 3awaamil (meervoud van 3aamil), zoals bij fi3l moedaari3. Daar leer je de nawaasib (meervoud van naasib) en de djawaazim (meervoud van djaazim).

In de meeste hoofdstukken leer je wat de ma3moelaat zijn, zonder dat de 3awaamil ervan worden genoemd. Als je namelijk weet dat een bepaald soort woord altijd marfoe3, mansoeb of madjroer is, is het niet echt belangrijk om te weten wat de raafi3, naasib of djaarr ervan is.

Zo is het niet belangrijk dat je weet wat de raafi3 is van Moehammad is in de voorgaande zin. Het is voldoende om te weten dat een woord dat aan het begin van de zin komt en waarover iets wordt een moebtada is en een moebtada is altijd marfoe3.

By | 2016-08-22T16:20:32+00:00 August 22nd, 2016|Categories: Uncategorized|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment